Opgestaan

door Ati van Gent

Wij waakten. Drie bange dagen en nachten
zoals de profeet in de buik van de vis.
Met flarden gedachten en woorden van Hem.
Mijn meester. Dood.

Ze hebben zijn lichaam in doeken gewikkeld
– als bij een nieuwgeboren kind – en legden
Hem in der aarde schoot. Zijn toen gegaan,
de sabbat brak aan. Bij Hem, de wachten.

Wij braken het brood en dronken de wijn,
wij zongen de psalmen, wij baden en treurden.
O bergen en heuvels, val neer en bedek ons.
Maar nee: de hemelen scheurden en kusten de Zoon.
Mijn ogen, blind van tranen, zien Hem niet staan.
Tot Hij mij roept. Een stem in doffe oren.
Een open graf. Een nieuwe naam.